Preek van
de Week

Lazarus opgewekt uit de dood

Lazarus uit de dood opgewekt

Jezus komt aan in Bethanië, vier dagen nadat zijn vriend Lazarus is overleden … Jezus had eerder kunnen komen, maar dat heeft Hij niet gedaan … Terwijl hij dus vertraagde, stierf Lazarus.

Op het moment dat Jezus in Bethanië aankomt, komt Martha Hem tegemoet en groet Hem. Op het moment dat zij Hem ziet, zegt zij: ‘Heer, als U hier zou zijn geweest, dan zou mijn broer niet gestorven zijn’.

Hoort u in die uitspraak het bijtende verwijt? ‘Heer, als U hier geweest zou zijn, dan zou mijn broeder niet zijn gestorven’.

Ik kan me niet herinneren dat iemand ooit zo tegen mij is uitgevallen (misschien verdring ik dat …) Als ik die zin zo hoor, dan voel ik schaamte. Stel dat iemand dat tegen mij zou zeggen. Verschrikkelijk, wanneer iemand je recht in de ogen aankijkt en jou vertelt, hoe jij die persoon bent tegengevallen. Om te horen, dat iemand jou heeft vertrouwd. En dat jij die persoon dan hebt laten vallen. Een spijkerhard, maar eerlijk oordeel.

Wanneer zoiets je overkomt, dan zou je willen dat de grond onder je voeten openging en dat je jezelf zou kunnen laten verdwijnen.

Maar, in plaats van te trillen onder dat verwijt, antwoordt Jezus haar: ‘Maria, echt, jouw broer zal opstaan’. Dat klinkt bekend, vindt u niet? Je hele wereld stort in en een vriend, die op dat moment niet weet wat hij zeggen moet, en niet slim genoeg is om gewoon zijn mond te houden, zegt ‘Tja, zo gaat het in het leven’, of ‘Ja, je zult nooit vallen uit Gods hand’, of ‘kop op, na regen komt zonneschijn’. Wat dan gebeurt, is matmakende woede, zodanig, dat je het zou willen uitroepen ‘Mijn vrouw is net overleden! Ga jij me nou vertellen dat alles allemaal wel weer goed zal gaan komen? Het is helemaal niet goed! Vlieg op met die zonneschijn van jou!’

Martha drukte zich niet zo sterk uit als ik net zei. Ze zegt het wat subtieler. Martha antwoordt op die belofte, dat haar broer Lazarus zal opstaan uit de doden met de opmerking ‘Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opwekking ten jongste dage’. Ze had daar aan kunnen toevoegen: ‘Maar, wat heb ik daaraan vandaag …? Ik wil hem NU hier bij me hebben!’ Ze zou tegen Jezus hebben kunnen zeggen: ‘Jezus, jij bent door het land rondgegaan, je hebt zo veel vreemdelingen geholpen, allemaal mensen die je nauwelijks kende. En ik dan? Waarom kon je dat niet voor mij doen, voor mijn zus, voor mijn broer Lazarus, toch ook jouw vriend …? Waarom kwam je niet, toen wij je nodig hadden en wij jou hebben geroepen?’

Is die vraag ook niet onze vraag …?

Ik heb me ook wel eens afgevraagd, waarom God niet even een klein wondertje voor mij had kunnen doen, toen ik een paar dingen had, waarvan ik dacht: ‘dat is echt iets voor Hem?’

Sommige mensen zeggen, dat een goede God het nooit zou toestaan dat goede mensen zouden lijden.

Sommige Christenen zeggen dat …

Zij zeggen: ‘als je goed en voldoende geloof hebt, dan zal God alles ons geven, alles wat wij Hem vragen’.

Ik ken ook van die mensen, die bidden om zonneschijn in hun vakantie. Zij krijgen dat en zij zien daar Gods Hand in …, dat God hun geloof en vertrouwen op Hem daarin beloont.

Maar, dat is niet altijd wat de Bijbel zegt. Jezus zegt, en ik citeer Mattheus 5 (vs. 45) ‘Want uw Vader, die in de hemelen is, die laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen’. Dat betekent, dat gelovige mensen soms voorspoed hebben, maar soms ook niet. Net als ieder ander. Het betekent, dat wij niet mogen verwachten, dat onze levensweg altijd een rechte, effen weg is, omdat jij een gelovig mens bent. Gelovige mensen worden ziek, net als ieder ander. Gelovige mensen gaan ook dood, net als ieder ander.

Dat betekent niet, dat er geen – misschien een merkwaardig woord – dat er geen ‘nut’ is in het geloof. Ik ben ervan overtuigd, dat mensen die geloven, een uitgesproken profijt hebben. En ik geloof ook oprecht, dat God ons inderdaad helpt, wanneer wij Hem nodig hebben.

En toch: we zullen moeten toegeven: christenen lijden, christenen sterven. Dat is geen teken, dat God niet om ons zou geven. Dat is ook geen teken, dat ons geloof zwak is. Het is gewoon een levensfeit. Zo gaat dat nu eenmaal in ons menselijk bestaan. Wij lezen het ook in onze tekst van vandaag. Lazarus is een vriend van Jezus. En toch gaat hij dood. En ja, misschien had Jezus er sneller bij kunnen zijn. Maar dat is niet gebeurd.

Jezus zegt dan tot Zijn leerlingen, dat de ziekte van Lazarus er is, ‘opdat de heerlijkheid van God wordt geopenbaard’. ‘Opdat de Zoon erdoor verheerlijkt worde’. Die zin is vol van betekenis. Ik denk dat wij dat goed moeten horen. De situatie is als volgt. Lazarus ziekte en dood zijn er. Dat is er nu eenmaal. Maar dan, als dat er nu eenmaal is, dàn is het van belang, dat Gods heerlijkheid daarin wordt geopenbaard. Dat wil zoiets zeggen als: die situatie is dan een gelegenheid, waarin God Zijn kracht kan laten zien, waarin God toont, dat Hij in ons midden is, dat dit een plek is, waarin wij Gods liefde kunnen voelen.

Jezus komt te Bethanië. Vier dagen nadat Lazarus stierf. Dat Johannes schrijft ‘vier dagen’, dat begrip ‘vier’ is in ons verhaal belangrijk. In die tijd geloofden de mensen, dat de menselijke ziel na het sterven nog drie dagen in het lichaam bleef, in de verwachting dat de ziel zich nog opnieuw kon verenigen met het lichaam. Maar daarna, op de vierde dag, geeft de ziel het op en vertrekt. Vier dagen betekent: het is voorbij. Er is geen hoop meer.

Dat betekent dan ook, dat daar waar Jezus in staat blijkt om Lazarus tot het leven terug te brengen op de vierde dag, – op dat moment dus, waarop alles hopeloos lijkt – dan is daar een klinkend wonder. Mensen zullen God de heerlijkheid geven. En dat is ook precies, wat hier gebeurt.

De moeilijke tijden in ons leven kunnen God verheerlijken. Iemand heeft eens gezegd: ‘het gaat er in het leven uiteindelijk niet om, wàt er in je leven gebeurt; het gaat er uiteindelijk om welke betekenis je aan je levensgebeurtenissen kunt geven. Er zijn mensen, die in objectieve zin weinig is overkomen. Ze leven kabbelend en kalm. Maar àls er dan iets gebeurt: hun hele leven is van slag. Er zijn mensen, die in objectieve zin iets verschrikkelijks overkomt. En toch, wonder boven wonder: zij zijn in staat om de draad van hun leven weer op te pakken. Komt dat alles uit henzelf? Ik denk: die kracht word je ook geschonken. Het is één ding om God te danken en te prijzen wanneer alles goed gaat. Het is een ander ding om vertrouwen en geloof te hebben, juist dan wanneer alles verkeerd lijkt te gaan. Geloof, te midden van tegenslag, is een krachtig getuigenis. Geloof, te midden van tegenslag, verheerlijkt God.

Ik herinner me een jongen uit mijn vorige gemeente. Een fantastische vent. Voetbal was zijn grote hobby. In zijn vrije tijd: altijd voetbal. Motorrijden deed hij ook graag. Hoe verdrietig, hij krijgt een motorongeluk. En verliest zijn linkerbeen. Een dramatisch verhaal, waarin hij toch de kracht krijgt om met zijn prothese de draad van zijn leven weer op te pakken. En zelfs weer te sporten! Weet u wat hij op een gegeven moment tegen mij zei? Hij zei:

‘Wat doe je, wanneer een deel van je leven voor altijd van je wordt weggenomen? Hoe kun je je daarop aanpassen? Een ongeluk duwt je op een eenrichtingsweg. Als je eenmaal op die weg zit, dan is er nooit een terugkeer meer mogelijk naar het leven daarvoor. Je kunt niet meer terug, hoe zeer je daarnaar ook verscheurend kunt verlangen.

Wat je wel kunt doen, dat is dankzeggen voor alles wat is geweest.

Voor het goede dat er was, voor de gelukkige tijden, die je hebt beleefd, voor alle liefde die je mocht ontvangen, alle mooie tijden die je met elkaar hebt meegemaakt.

Als je dat rijtje hebt gemaakt, en daarvan afscheid hebt genomen, dan moet je je hand leggen in die van Hem, die hemel, zee en aarde heeft geschapen, die de oorsprong is van de zon, de maan en de sterren, en erop vertrouwen dat God voor ons een koers heeft, waarlangs onze baan zal gaan’.

Toen die jongen zijn been verloor: wat waren we allemaal, met hem, verdrietig. Maar toen hij op een gegeven moment terugkwam met dit getuigenis: hij stond weer midden op het veld. Hij toonde ons hoe hij, die ‘alles’ verloren had, in het midden van de pijn, toch weer op kon staan, weer kon lopen, hand in hand met God, vertrouwend, dat God hem zou leiden op de weg, die voor hem lag.

Ik denk: door dàt te doen (door dat te kùnnen doen) ‘verheerlijkte hij God’ en bracht hij grote eer, niet alleen aan zichzelf, maar ook aan zijn Schepper.

Moeilijke tijden geven God een gelegenheid, om ons te verlossen.

In Egypte: God schonk bevrijding door de Schelfzee.

In de woestijn gaf God bevrijding door het Manna.

In de hof van Getsemane gaf God de kracht om de kruisweg te gaan.

Bij het donker van het graf gaf God het opstandingslicht van de derde dag.

De bijbel is een lang verhaal van een God, die Zijn mensen verlossing schenkt.

In het geval van Lazarus was het God, die Lazarus opwekte uit de doden. Een bijzonder geval.

God laat niet veel mensen terugkeren uit de dood. En ook Lazarus is later weer doodgegaan.

Toch, desalniettemin: God schenkt ons verlossing.

Hoe die weg voor jou zal gaan … wie zal het zeggen? Kijk scherp met je ogen, luister scherp met je oren, stel je denken open, vouw je handen, concentreer gedachten op God, die is de bron van alle leven.

De belofte van het verhaal van Lazarus is niet, dat ons nooit een tragedie zal overkomen. Zeg nooit: God is de oorzaak van alle kwaad. God is niet de eerste oorzaak van alle kwaad; God Zelf is het eerste slachtoffer van alle kwaad.

De boodschap van het verhaal van Lazarus is óók niet, dat God ons nooit zal laten sterven.

600 jaar geleden schreef de Nederlandse mysticus Thomas a Kempis: ‘Geen mens, die niet de diepte van het aardse lijden kan verstaan, zal ooit de goddelijke hemelse zaken kunnen verstaan’.

Iemand anders, de Nederlandse theoloog prof. Hendrikus Berkhof, schreef in zijn boek ‘Christelijk Geloof’: ‘Wie de Paasmorgen wil vieren kan niet om de Goede Vrijdag heen’.

De Bijbelse belofte is deze: God wandelt met ons op, iedere dag, iedere minuut en ieder uur. Zelfs in de meest zware tijden ligt onze hand in de Zijne. Zelfs in het donkerste dal van de donkere schaduwen des doods houdt God ons bij de hand gevat. Dat is de belofte, dat God Zijn mensen verlossing schenkt. Soms is het leven zwaar, maar nooit is het hopeloos. Sluit je ogen, word stil. En je voelt jouw hand in de Zijne.

Denk hier eens over na. Gods zegen over u!

Ds. Jan Rinzema

TEKST

Lazarus uit de dood opgewekt

1Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Bethanië, het dorp waar Maria en haar zus Marta woonden – 2dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer.

3De zussen stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’ 4Toen Jezus dit hoorde zei Hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’

9Jezus zei: ‘Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld, 10maar wie ’s nachts loopt, struikelt doordat hij geen licht heeft.’

11Nadat Hij dat gezegd had zei Hij: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, Ik ga hem wakker maken.’ 12De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ 13Zij dachten dat Hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was.

14Toen zei Hij hun ronduit: ‘Lazarus is gestorven, 15en om jullie ben Ik blij dat Ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toe gaan.’ 16Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’) zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met Hem te sterven.’

17Toen Jezus daar aankwam, hoorde Hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag. 18Betanië ligt dicht bij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadie, 19en er waren dan ook veel Joden naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was.

20Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze Hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. 21Marta zei tegen Jezus: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22Maar zelfs nu weet ik dat God U alles zal geven wat U vraagt.’ 23Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ 24‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’

25Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, 26en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ 27‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat U de Messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’

28Na deze woorden ging ze terug, ze nam haar zus Maria apart en zei: ‘De meester is er, en Hij vraagt naar je.’ 29Zodra Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, 30die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta Hem tegemoet was gekomen. 31Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen.

32Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en Hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ 33Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en Hij ergerde zich. Diep bewogen 34vroeg Hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’

Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ 35Jezus begon te huilen, 36en de Joden zeiden: ‘Wat heeft Hij veel van hem gehouden!’ 37Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, Hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’

38Weer ergerde Jezus zich. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. 39Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zus van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’

40Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’

41Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. 42U verhoort Mij altijd, dat weet Ik, maar Ik zeg dit ter wille van al deze mensen hier, opdat ze zullen geloven dat U Mij gezonden hebt.’ 43Daarna riep Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ 44De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’

(Johannes 11, 1-44)

GEBED

Heer, onze God,

Wij komen tot U

in momenten van verdriet en verwarring,

zoals Martha en Maria bij U kwamen

toen hun broer Lazarus gestorven was.

Soms begrijpen wij niet

waarom U niet eerder ingrijpt,

waarom het lijden ons treft,

waarom onze gebeden

niet direct worden verhoord.

Toch geloven wij dat U met ons meegaat,

ook als de weg zwaar is

en de uitkomst onzeker lijkt.

Geef ons de kracht om te vertrouwen,

zelfs als alles hopeloos lijkt.

Help ons te zien

dat moeilijke tijden

een gelegenheid kunnen zijn

waarin Uw liefde en kracht

zichtbaar worden.

Wij danken U voor alles wat is:

voor het goede, de liefde,

het plezier en de lach.

Help ons los datgene te laten wat voorbij is,

en onze hand in de Uwe te leggen,

vertrouwend dat U ons leidt op de weg

die voor ons ligt.

Heer, geef ons het geloof om U te verheerlijken,

juist in tijden van tegenslag,

en de moed om Uw zegen te zoeken,

elke dag opnieuw

Amen

Gaireoo: verheugt u !!

(Filippenzen 4 vers 4 – 9)

Veel mensen zeggen, dat, wanneer je op het moment van je sterven bent, je op dat moment de film van je leven gaat zien. Vlak voor je dood zie je alle mooie en alle belangrijke ogenblikken van je leven aan je geestesoog voorbij trekken.

Stel dat dat waar is (en waarom zou dat niet zo zijn? Zo veel bronnen bevestigen deze ervaring!), dan is mijn vraag: zou je NU al kunnen zeggen welke beelden je DENKT dat er straks in die film aan je voorbij zullen trekken? Welke beelden, denkt u, zullen er dan staan op uw ‘film’?

De tekst van vandaag is zo’n filmtekst, ‘een terugblik – tekst’, geschreven door de apostel Paulus in het jaar 67 AD. Het is het eind van zijn leven. De apostel zit in de gevangenis te Rome. Hij zal gaan verschijnen voor Nero, de Romeinse keizer en Paulus zal, vanwege vermeende ontrouw aan de keizer, worden veroordeeld tot de doodstraf (onthoofding. Op de huidige plaats Abbaye Tre Fontane te Rome).

Paulus, wanneer hij de tekst van vandaag schrijft, weet dat hij nooit meer de vrijheid zal zien. Hij weet, dat hij leeft in de uren voor zijn sterven. In deze laatste uren maakt hij zijn balans op.

De Bijbeltekst van vandaag is de ‘balanstekst’ van zijn leven. Welke punten noemt hij in zijn geschreven testament?

Punt 1

Het eerste dat hij zegt is dit: ‘daarom, mijn geliefde broeders en zusters, naar wie mijn verlangen uitgaat: jullie zijn mijn blijdschap en mijn kroon. Staat alzo vast in de Here, geliefden! Verblijdt u in de Here ten allen tijde! Opnieuw zal ik zeggen: Verblijdt u!’

‘Daarom, mijn geliefde broeders en zusters, jullie zijn mijn blijdschap en mijn kroon’. Paulus spreekt zijn gehoor aan met ‘mijn geliefde broeders en zusters.’ Dat ‘broeders en zusters’ slaat niet allereerst op zijn fysieke familieleden (we weten niet of Paulus broers/zusters heeft gehad); het slaat allereerst op al die mensen om hem heen, die hij beschouwt als ‘broeders en zusters.’

We zien hier de eerste schittering in onze diamant – tekst: Paulus noemt de mensen die hij in zijn leven om zich heen heeft verzameld ‘mijn geliefde broeders en zusters, mijn blijdschap en mijn kroon.’ De kroon van zijn leven bestaat uit mensen.

Paulus denkt hierbij allereerst aan de mensen VOOR wie hij heeft mogen werken, de mensen MET wie hij heeft mogen werken, NAAST wie hij heeft mogen werken: zij allen zijn zijn blijdschap en zijn kroon.

Paulus is in de bijbel de allereerste stichter van de geloofsgemeenschappen. Een schatting is dat hij tussen de 20 en 30 christelijke gemeenschappen heeft gesticht, vanuit het niets, in niet christelijke culturen en in vaak christelijk geloof vijandige culturen.

Het gehele gebied rond de Middellandse zee heeft hij bereisd. Hij heeft gemeenten gesticht in Syrië, Macedonië, Griekenland, Turkije, in Israël en Italië. Een aantal keren heeft hij daarvoor in de gevangenis gezeten. Hij heeft de donkerste kanten van de mensen om hem heen leren kennen.

Ook in de geloofsgemeenschappen zelf  waren mensen niet altijd meewerkend of aardig. De Bijbelverhalen doen verslag van knetterende ruzies met persoonlijke aantijgingen aan het adres van de apostel.

En toch zegt hij, terugkijkend: ‘jullie, mijn broeders en zusters, jullie zijn mijn blijdschap en mijn kroon.’ Zonder wrok, zonder zurigheid. Nee, omgekeerd: ‘jullie zijn mijn blijdschap en mijn kroon.’

Mensen hebben vele gezichten. Mensen kunnen aardig zijn. Mensen kunnen lastig zijn. Mensen kunnen heel ingewikkeld zijn.

Velen van ons staan midden in het professionele leven. Velen van ons zijn druk met van alles en nog wat: ‘targets’, doelstellingen en ‘goals’, die moeten worden gehaald.

Laat mij u dit zeggen: als u er straks ooit niet meer bent, dan is er niemand die zal zeggen: ‘Wij roemen hier onze dierbare overledene N.N., want: wat heeft hij zijn targets royaal gehaald!’

Vraag: weet u wat over ons zal worden gezegd? Antwoord: hoe wij omgingen met mensen.

Hoe waren wij voor de mensen om ons heen, voor onze kinderen, voor onze vrienden. ‘Waren’ wij er voor hen? Hoe vriendelijk, royaal, gul, zorgzaam, vergevingsgezind of edelmoedig waren we voor hen. Vreemd: dit zijn de dingen die er werkelijk toe doen.

Nog vreemder is het, dat deze zaken zo sporadisch worden benoemd, terwijl wij ons zo frequent druk maken over onze ‘targets.’

Laat je de wereld achter als een betere plek? Dat is de werkelijke vraag.

In de Amerikaans Lutherse kerk, waar ik jaren mocht werken, daar hadden ze een bepaalde uitdrukking, als ze het hadden over mensen. Ze zeiden: ‘there are givers. And there are takers.’ Wat is het dat wij ‘geven’? Paulus zegt: ‘jullie, geliefde broeders en zusters om mij heen: jullie zijn mijn blijdschap en mijn kroon.’

Punt 2

Zoals gezegd: Paulus maakt zijn levensbalans op.

Hij schrijft:

‘Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!’

Wat uit deze tekst ‘spat’ is het woord ‘blijdschap’. Het is een en al JOY waarover het hier gaat. Nederlanders worden altijd wat onrustig bij dat woord ‘blijdschap.’ Het klinkt een beetje ‘opgedrongen.’ Laat me dit zeggen: vreugde of blijdschap is iets anders dan ‘een blij gevoel.’

De Griekse grondtaal gebruikt hier het woord GAIREOO. GAIREOO betekent: diep, dankbare vreugde.

GAIREOO, dat is een vreugde … wanneer je na een ingewikkelde situatie naar je partner kijkt en denkt: ‘dat hebben we samen toch maar goed opgelost. Hij (zij) is toch maar mijn fantastische maatje’.

GAIREOO, een vreugde … wanneer je bij een vervelend bericht toch kunt denken: ‘zeker, het is naar, maar ik heb tenminste mijn gezondheid nog.’

GAIREOO, die vreugde … …als je verloren hebt, en dan denkt: ‘ik heb gelukkig mijn familie nog’. GAIREOO gaat over de relaties waarin je leeft. GAIREOO gaat over die vreugde, die verbonden is met dat wat in jouw bestaan werkelijk wezenlijk is.

Bach heeft over dit GAIREOO een prachtig koraal geschreven, in de cantate ‘Herz und Mund und Tat und Leben, BWV 147. Dat koraal heet ‘Jesu, joy of man’s desire.’ Het gaat over de Godsrelatie waarin je leven mag. Bach, die zelf een moeilijk leven heeft gehad (een aantal van zijn kinderen stierf een vroege dood) schrijft:

Jesus, JOY of mans desire

Vreugde van het verlangen van de mens.

Heilige wijsheid, liefde, helder als het glinsterende bergkristal;

Jesus, JOY of mans desire,

Door U aangetrokken, onze zielen strevend,

Ja, zwevend naar ongeschapen licht.

In Gods nabijheid ‘springen onze zielen op van vreugde, reiken naar het eeuwig helder Licht’.

Tot slot. Voor Paulus is de grond van zijn blijdschap dit: ‘ik ervaar God nabij.’ Hij zegt: ‘vreest niet. God is nabij.’ Dat klinkt vroom en zou kunnen leiden tot wereldmijding. Vroomheid wordt door ons vaak verbonden met ‘een teruggetrokken levensstijl.’

Het bijzondere is dit. Paulus draait het om en zegt: ‘uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend’: de ervaring van Gods nabijheid doet ons als vervulde, vriendelijke, welwillende, vernieuwde mensen in deze wereld staan. Om het anders te zeggen: zien naar Omhoog leert ons omzien om ons heen.

Paulus is gestorven. In het jaar 67 AD. Dit document heeft hij ons nagelaten. Het is een lofzang op het leven. Het is een lofzang op God. ‘De vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus, onze Heer.’

Deze tekst is de climax van zijn denken. Gods vrede zal ons behoeden. Altijd. Dit is die wijsheid, waarvan Ralph Martin, de grote uitlegger van dit tekstgedeelte zegt: het gaat om die vrede, die een vrede is ‘beyond our dreams and imagination’.

Dit licht straalt over ons. Mag het ons levenspad verlichten.

Denk hier eens over na.

Ds. Jan Rinzema

TEKST

‘Daarom, geliefde broeders en zusters, naar wie mijn verlangen uitgaat, jullie:

mijn blijdschap en kroon,

staat alzo vast in de Here, geliefden!

Verblijdt u in de Here te allen tijde!

Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!

Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend.

De Here is nabij.

Weest in geen ding bezorgd,

maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.

En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat,

zal uw harten en uw gedachten behoeden

in Christus Jezus

(Filippenzen 4 vers 4 – 9)

GEBED

God, u wordt genoemd:

Bron van rust

Bron van liefde

Bron van kracht.

Want u, zo wordt gezegd,

Schenkt het water des levens:

Water uit het leven

Water tot het Leven.

Ik bid u

De bron te herkennen in mijn bestaan

Vernieuwd te worden door die bron

Dichtbij die bron te mogen leven

In Christus

Amen

‘Jullie zijn als zout, als het zout der aarde’

UITLEG

In de bijbel krijgt Jezus verschillende namen. Onze Verlosser, zoon van God, Messias, de Christus, aller mensen Broeder, vriend van zondaren, hoeren en tollenaars, de weg, waarheid en het leven, de alfa en de omega … allemaal namen die de bijbel geeft aan deze Jezus van Nazareth.

Al die namen benoemen een verschillende kwaliteit (hoedanigheid) van deze Jezus Christus. In nood mogen wij Hem verstaan als de schuilplaats, bij wie wij veilig zijn. In ruwe stormen mogen wij Hem verstaan als Gods uitgestoken hand.

Bij twijfel over ons eigen leven mogen wij horen: de last van falen en zonde wordt door Hem van onze schouders genomen. Christus kijkt ons aan en richt ons op.

In de Bijbellezing van vandaag, de Bergrede, is Jezus de hemelse leraar. Hij, zoon van God, is de hemelse leraar, die ingewijd is in de geheimen van God.

Hij onderwijst en leert zijn mensen vanaf een berg, zoals eens de profeet Mozes dat deed (parallel berg Sinaï – berg bij Tabgha). Jezus is in ons verhaal de Goddelijk Geïnspireerde Leraar, Zoon des mensen, om ons te zetten op het pad van Gods bedoelingen.

Hij kijkt zijn mensen aan, hij ziet hen diep in de ogen, het is een aandachtige sfeer als bij een haardvuur, intiem, close, een samenzijn in verbondenheid. Jezus kijkt iedere leerling persoon voor persoon in de ogen. En zegt dan tot een ieder van hen:

‘Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht der wereld.’

Als een betrokken vader spreekt Hij zijn kinderen toe, warm, bemoedigend, uitnodigend. ‘Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht der wereld.’

Hij zegt niet ‘jullie waren zout / licht’, hij zegt niet ‘jullie zullen zijn zout / licht.’ Praeses. Hij zegt ook niet ‘jullie lijken op zout / licht.’

Hij zegt ook ziet ‘je zou jezelf kunnen beschouwen als zout / licht.’ Praesens realis: jullie ZIJN zout / licht, nu!

We nemen even wat afstand …

Zout heeft in de bijbel verschillende betekenissen. Ik noem een paar. Zout was in de oud Testamentische tijd kostbaar.

Zout was een betaalmiddel (zout i.h. Engels SALT, komt terug in ons woord SALaris). D.w.z. jullie zijn kostbaar.

Zout geeft het voedsel smaak. Zonder zout smaakt voedsel laf, flauw. Met zout komt het eten op smaak. Christus – navolgers zijn ‘smaakmakers.’

In de oude tijd had zout voor voedsel een bewarende functie. Voordat er ijs – en koelkasten bestonden was ‘het zouten van etenswaren’ de methode om voedsel langer te kunnen bewaren (gezouten ham). Zout maakt ‘sustainable.’  Gelovige mensen zijn gericht op duurzaamheid.

In geen van deze metaforen vind ik ‘a break through.’ Met een groep jongelui had ik een Bijbelstudie. Ik legde hen deze woorden van Jezus voor. Toen zei een meisje plotseling ‘zout maakt ook dorstig.’ Bij mij viel toen het kwartje. Zout maakt ‘dorstig naar God, dorstig naar de Heer.’

Ik denk aan de woorden van Psalm 42: ‘evenals een moede hinde (hert) dorst mijn ziel naar God, om God te vinden.’ Onze ziel ‘dorst’ naar God. Zout veroorzaakt dorst. Aan het eind van Mattheus (hfdst. 28) zendt Jezus zijn leerlingen de wereld in om het evangelie te verkondigen en mensen te wijzen op Gods heerschappij over deze aarde.

Als Jezus zijn leerlingen zegt dat zij ‘zout’ zijn dan is misschien de vraag: hoe veel mensen hebben wij ‘dorstig gemaakt naar God?’

Jezus zegt: jullie ZIJN het zout der aarde. Dat is geen Optativus (ik zou graag willen dat …). Jullie ZIJN het. Daarmee wijst Hij ons op onze diepste kern. Je ‘bent’ het! Ga daarnaar op zoek. En leef daarnaar.

‘Gij zijt het zout der aarde.’ Zout komt tot zijn recht wanneer het zich mengt met zijn omgeving. Zout is niet bedoeld om in het potje te blijven. Zout komt tot zijn recht wanneer het zich vermengt met zijn omgeving:

Als Jezus zegt ‘jullie zijn het zout der aarde’, dan is dat een opdracht om je in deze wereld te begeven, en je leven daar te geven. Juist in het jezelf geven (aan andere mensen), juist daar kom jij zelf tot jouw bestemming. ‘Jezus zei: gij zijt het zout der aarde; hij zei niet: gij zijt de marmelade.’

Zout maakt dorstig. Dorstig naar ‘Levend water’. We mogen Christus zien als de bron van levend water. Wie van Hem drinkt, zal nooit meer dorst hebben.

In Hem is verzoening van schuld en al onze zonden. Het zijn de indrukwekkende woorden die God spreekt in Jeremia 17: ‘Gezegend is wie op de HEER vertrouwt, (…) steeds weer draagt hij vrucht.’ Dát is onze hoop voor ‘de hitte van de woestijnreis’: dat wij zoutend zout zijn, vrucht zullen dragen op de plek waar God ons stelt.

Denk hier eens over na.

Ik wens u een hele goede week.

Ds. Jan Rinzema

TEKST

Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt. Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

(Matt. 5 vers 13 – 16)

GEBED

God,

Leer mij open te zijn

Om te horen

Wat ik moet horen

Omdat het goed voor mij is

En mij sterker maakt.

Leer mij de doen wat ik moet doen

Omdat het goed voor mij is

En mij sterker maakt.

U schenkt het woord;

U bent het Woord

Leer mij woorden onderscheiden,

En leer mij de woorden te herkennen,

Die kracht, liefde en leven schenken, voor mij zelf

En de wereld om mij heen.

Amen